Peters Peinzels (21): On-Nederlands

Van onze redactie
13 september 2026

Even haalde de burgemeester adem. Hij leek zich af te vragen waar hij in hemelsnaam in terecht was gekomen. Zo denk je nog burgemeester te zijn van een betrekkelijk rustige plattelandsgemeente, met geen grotere problemen dan de verkeersveiligheid en zo af en toe een lastige vergunning, en zo heb je de halve wereldpers tegenover je staan die hijgerig aan je lippen hangt, hongerig naar een duiding. Toen hij de woorden uitsprak wilde ik nog roepen: “NEE, zeg het niet, alsjeblieft niet!!!”, maar daar was het al: “on-Nederlands”.

Op dat moment vermoedde ik al dat het de komende dagen nog meer over dat woord zou gaan dan over de feiten en de achtergronden. Want laat dat maar aan ons meningverslaafde praatprogrammajournaille over.

En ja hoor: diezelfde avond tuimelden de duidingen over de duiding al over elkaar heen. Is het wel on-Nederlands? En wat is dat, on-Nederlands? Wat is dan wel Nederlands?

Toevallig was er diezelfde avond de eerste aflevering van de serie “Drugsdelta” te zien bij de NPO, overigens een echte aanrader. Daarin volgen oorlogsjournalisten (ja, u leest dat goed: oorlogsjournalisten) Can en Vranckx de route terug van een zakje cocaïne naar de bron, van de hippe Zuidas-gebruiker, via de dealer, de loopjongens en maffiabaas tot aan de verbouwende boer.

Ik weet niet of we al een narcostaat zijn, heb ook geen idee of er een definitie van bestaat, maar dat we een erg belangrijke rol spelen in deze markt is wel zeker, mede door onze fantastische infrastructuur, hoewel Rijkswaterstaat er nu alles aan doet om die stevig te verwaarlozen. In 2021 stond er in het Duitse blad Der Spiegel als kop boven een artikel over onze rol in de drugshandel: “Käse, Koks und Killer” (kaas, coke en moordenaars).

Overigens is ook de vraag of het nu wel of niet on-Nederlands is niet de meest boeiende. Wel fascineert me de vraag waarom we ons zo graag daar op willen storten. Omdat we toch altijd op zoek zijn naar onze identiteit? En als we naar lang genoeg aspecten kunnen wegstrepen, houden we misschien wel iets over dat we dan eindelijk onze identiteit mogen noemen.

Een beetje doorlezen leverde genoeg andere voorbeelden op van stevig drugsgeweld (Zaandam 2015, Broek in Waterland 2021, Wouwse Plantage 2020). Maar wat zegt dat? Niet meer dan dat het vaker voorkomt, echter niet alleen in ons land.

Arme burgemeester, alsof hij niet genoeg aan zijn hoofd heeft moet hij zich ook nog verantwoorden voor dat ene woord.

Ik  heb me even verdiept in een aantal trekjes waarvan we graag zeggen dat ze Nederlands zijn. Zoals de befaamde nuchterheid. Maar wie een keer heeft meegemaakt hoe we losbarsten als bijvoorbeeld “onze” voetballers in de buurt van een overwinning komen, kan van alles waarnemen, maar weinig nuchterheid.
Tolerantie dan? Twintig jaar regeringen met de VVD en zelfs met de PVV hebben ook die illusie vakbekwaam om zeep geholpen.
Nee, iets anders dan stroopwafels en haringen kan ik niet bedenken. En zelfs de haring komt vooral uit buitenlandse zeeën, maar ja, je moet toch wat.

Zaniken op onze bestuurders, is dat dan echt Nederlands? Ik vrees dat we ons daarin ook al niet onderscheiden van andere landen. Eigenlijk zijn we net als de meeste landen en dat heeft ook wel iets geruststellend: daar hoeven dus ons hoofd niet meer over te breken.

Lees hier de vorige Peinzel van Peter.


Dit bericht delen:

Advertenties