Rutte noemde ons land vaak "gaaf'. Zelf vind ik dat iets overdreven omdat gaaf een soort van perfectie inhoudt, en zolang de rijken hier veel minder belasting betalen dan de mensen met een min of meer gewone baan is dit land verre van gaaf. Maar toch is het goed om af en toe eens met andermans ogen naar Nederland te kijken. Zo heb ik deze weken een gast uit Indonesië over de vloer. U weet wel, dat land dat we eeuwenlang gekolonialiseerd hebben, uitgebuit ook, en toen ze de onafhankelijkheid eindelijk veroverd hadden, lieten we het nieuwe land een schadevergoeding betalen die nog hoger was dan we aan Marshall-hulp kregen. Als kind leerde ik wel dat we de Amerikanen dankbaar moesten zijn voor onder andere die Marshall-hulp maar vele jaren later ontdekte ik pas dat we veel meer welvaart aan Indonesië te danken hadden.
Afijn, een gast uit dat land dus.
Het begon al op de snelweg van Schiphol naar Nijmegen. Zoals wel vaker werd er een rijbaan afgesloten, aangegeven door een rood kruis boven die baan. Het duurde even voordat duidelijk werd waarom dat was. Mijn gast begon een beetje om zich een te kijken en zag niets anders dan vlekkeloos glad asfalt. Tot we iets verderop een - vermoedelijk geklapte - autoband zagen liggen op die rijbaan met een auto van Rijkswaterstaat erbij.
Verbaasd keek mijn gast me aan: "serieus? sluiten ze een rijbaan af omdat er een autoband ligt?" Ik kon niet anders dan dat beamen en dacht onwillekeurig even aan de wegen in Indonesië die soms zomaar half verdwenen zijn onder modderstromen, gebrek aan onderhoud of andere malheur. "Ik hou nu al van dit land", zei hij met een brede grijns.
Natuurlijk gingen we ook samen naar de Zomerfeesten en ik legde hem uit hoe dit was ontstaan als feestprogramma naast de Vierdaagse.
De vraag hoe dit allemaal betaald werd kreeg een gedeeltelijk antwoord toen we onze eerste biertjes afrekenden, want €4,50 voor een klein pilsje is zowaar niet kinderachtig.
We zwierden van podium naar podium, van eetkraam naar roti-stand, bewonderden het vuurwerk. Tussendoor probeerde ik hem uit te leggen hoe en waarom ook de verschillende overheden meebetalen om dit mega-evenement mogelijk te maken.
Ja, we lazen in de krant over de schietpartij en de gevechten maar op de straten en de pleinen zagen we vooral blije, onbezorgde en af en toe straalbezopen mensen.
De ontluikende liefdes voor een paar uren of dagen, de jarenlange vriendschappen, de spontante ontmoetingen tussen vreemden, het was er allemaal.
Mijn gast keek zijn ogen uit, prees het land, de stad, de mensen, de overheid en genoot met volle teugen.
De laatste avond liepen we door de drukte terug naar huis, op een stoepje zaten twee jongens moeilijk voor zich uit te kijken. "Wat is er met hun?" vroeg hij maar voordat ik maar een antwoord kon bedenken bogen de jongens voorover om simultaan over te geven.
Peinzend keek mijn gast even naar ze en zei toen: "dat helpt volgens mij niet om indruk te maken op een meisje." Tja, niet alles is perfect hier, gelukkig maar.
Lees hier de vorige Peinzel van Peter.
