Bevalt het ergens niet tijdens de Vierdaagsefeesten? Dan verkas je gewoon. Naar een ander plein, andere muziek, andere mensen. Keus genoeg op Nederlands grootste gratis megamiljoenenfestijn. Ja toch?
Ondertussen zijn velen alweer bezig met dat andere volksfeest: carnaval. Wat hebben carnaval en de Vierdaagsefeesten met elkaar te maken? Meer dan je denkt. Alles!
Het Knotsenburgse carnaval vormde de blauwdruk voor de zomerfeesten. Fotohandelaar Nico Grijpink richtte in 1948 samen met zijn vader en enkele Nijmeegse middenstanders carnavalsvereniging De Blauwe Schuit op. De stad lag nog in puin, dus er moest gefeest worden. Maar feest ontstaat niet vanzelf. Iemand moet de kar trekken.
Dat deed Nico. Eerst met carnaval en later met de Vierdaagse. Want behalve het Blarenbal was er tijdens de Vierdaagse weinig te beleven en het aantal lopers nam zienderogen af. Daarom richtte hij in 1969 met enkele winkeliers het Actief Comité Binnenstad Nijmegen op om de Vierdaagse voor Nijmegen te behouden. Een jaar later waren de eerste zomerfeesten een feit. Mét vuurwerk.
De organisatoren grepen terug op hun ervaringen met de Lentejool. Nadat het carnaval in 1953 vanwege de watersnoodramp was afgelast, verplaatste De Blauwe Schuit het feest naar april. Inclusief optocht en boerenbruiloft. Goed voor maar liefst 150.000 bezoekers. Lentejool telde maar liefst drie afleveringen!
Ook bij de zomerfeesten draaide alles op het netwerk van het Nijmeegse carnaval. Carnavalsverenigingen leverden kennis, menskracht, dweilorkesten en volkszangers. Zij wisten hoe je de Grote Markt, Plein ’44 en de Molenstraat veranderde in één groot feestterrein. Zonder carnaval geen Vierdaagsefeesten.
Dat Nijmeegse zomerfeest groeide vervolgens uit zijn jasje. Het werd groter, massaler en internationaler en kwam uiteindelijk terecht bij de professionele Stichting Vierdaagsefeesten.

Het carnaval koos een andere route. Onder de Stichting Openbaar Carnaval Nijmegen groeide Knotsenburg uit tot een enorm volksfeest. Er waren 37 verenigingen, grote optochten, drie feesttenten - in de winter sta je immers niet graag in de kou - en vooral korte lijntjes met gemeente, politie, brandweer en reinigingsdienst. Prins Carnaval werd zelfs met een grote schare onderdanen ontvangen in de Schepenenhal.
In de jaren tachtig, negentig en het eerste decennium van deze eeuw groeide het carnaval als een tierelier.
Maarrrr, jongeren ontdekten ook dat niet alle kroegen meededen, dat het decorum nogal ouderwets was en de muziek niet altijd de hunne. Dus vertrokken ze naar Den Bosch en andere plaatsen in het zuiden.
Binnen de verenigingen bleef ondertussen de oude garde aan de touwtjes trekken. Verjonging bleef uit en steeds meer clubs legden het loodje. Zelfs De Blauwe Schuit. De klad kwam erin en het genuil nam toe.
De Stichting Openbaar Carnaval werd daarom een Federatie, met meer democratie, inspraak en doorzicht. Tsja. De Federatie eindigde helaas in een Poolse landdag.
Dus nu weer terug naar een stichting die knopen kan doorhakken: de Stichting Openbaar Kernefal Knotsenburg (SOKK), met Teddy Vrijmoet als voorzitter. Zij was bestuurslid van de Stichting Vierdaagsefeesten, is directeur van de Lindenberg en brengt een nieuw netwerk en een eigen visie mee en ze heeft er zin in.
Daarmee is de cirkel rond: van carnaval naar Vierdaagsefeesten en weer terug. Teddy is precies de slimme slangenbezweerder die Knotsenburg nodig heeft. En ze heeft net zoals Nico Grijpink destijds een langetermijnvisie.
Eén advies: hoed je voor al die machtsbeluste steken met hun onverwachte streken!
Carolus
Meer columns lezen van Carolus? Lees hier zijn voorgaande column.
